
GasTerra en de omgeving
Als consequentie van de afbouw van onze activiteiten neemt ook het aantal en de intensiteit van contacten met klanten, leveranciers en andere stakeholders snel af.
2.1 Ontwikkelingen in onze omgeving
Algemeen
Het weggevallen Russisch gas is in Europa vooral door LNG leveringen opgevangen.
In Europa wordt het belang van gasopslagen breed erkend en wordt gestuurd op een algemene vulgraad van 90% per lidstaat op 1 november. Voor Nederland gold echter een lager percentage van 74%. De gasprijzen in Europa lieten in het afgelopen jaar een dalend verloop zien.
Vulverplichtingen voor bergingen in Europa, in combinatie met voldoende verwachte beschikbaarheid van gas in de winter 2025/2026, leidden in 2025 tot de situatie dat er weinig verschil tussen de winter- en zomerprijzen was. Regelmatig waren de zomerprijzen zelfs hoger dan de winterprijzen. Hierdoor ontbrak een economische prikkel om de bergingen te vullen in de zomer van 2025.
De vraag naar gas in Nederland heeft zich gestabiliseerd rond de 30 miljard m3.

Regulering
Regulering op nationaal en Europees niveau heeft impact op de bedrijfsvoering van GasTerra. Op GasTerra zijn de herziene Regulation in Energy Markets Integrity and Transparency (REMIT) en de Market Abuse Regulation (MAR) van toepassing. In deze verordeningen is een verbod op handel met voorkennis en marktmanipulatie opgenomen.
Ook valt GasTerra onder de herziene richtlijn Markets in Financial Instruments Directive (MiFID II), dat de handel in financiële instrumenten (grondstoffenderivaten) reguleert. Partijen die voor eigen rekening handelen in deze financiële instrumenten zijn onder MiFID II in beginsel vergunningplichtig, tenzij zij voldoen aan de nevenactiviteitenvrijstelling. GasTerra monitort of zij aan de voorwaarden van de nevenactiviteitenvrijstelling blijft voldoen.
Tevens is de Energy Market Infrastructure Regulation (EMIR) van toepassing op GasTerra. EMIR beoogt het systeemrisico in de financiële markten te verminderen. Onder EMIR dient GasTerra bepaalde OTC-derivaten te rapporteren en wordt gemonitord of bepaalde drempelwaarden overschreden worden, aangezien er dan specifieke clearingverplichtingen gaan gelden.
2.2. In dialoog met onze omgeving
Met de afbouw van onze organisatie neemt de invloed van GasTerra op de omgeving en het aantal stakeholders geleidelijk af. Zo levert GasTerra sinds 2024 niet meer aan energiedistributiebedrijven en industriële klanten. Daarom is vanaf 2024 geen nieuwe Stakeholderdialoog meer uitgevoerd, maar is gebruik gemaakt van de inzichten van afgelopen jaren en van onze kennis van onze stakeholders.
Thema’s die door zowel GasTerra als onze stakeholders van belang werden geacht noemen we materiële thema’s. De thema’s die nog steeds materieel geacht worden zijn het nakomen van contractuele verplichtingen, onze economische prestatie en duurzame inzetbaarheid. Deze thema’s zijn ingebed in de reguliere activiteiten. In de eindfase van de afbouw vindt GasTerra het thema “rol van GasTerra in de gasmarkt” niet langer materieel.
GasTerra hoeft niet te rapporteren conform de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). Grote bedrijven hebben een rapportageverplichting die geldt vanaf 1 januari 20281.
1 https://www.rvo.nl/onderwerpen/csrd